Zodra ze mijn blik vangt, kan ik niet meer wegkijken. Haar hele wezen raast over mij heen als een vloedgolf. Ik kan niet bewegen, niets zeggen en al mijn zintuigen zuigen alles van haar op. Het is te veel. Zo high als een kite sta ik voor haar en mijn hart neemt een vlucht wanneer ik me realiseer wat er aan de hand is. Ze heeft me overtroffen in mijn eigen spel.
“Goedenavond.” groet ik haar, met een honingzoete stem die al honderd vrouwen heeft doen smelten. Maar ze lijkt recht door mijn schild heen te kijken.
“Je lijkt wat overstuur. Zal ik je even naar buiten vergezellen?” Antwoord ze me met warme stem.
Had ik haar niet naar buiten moeten lokken? Nog steeds in gedachten, treed ik volgzaam in haar voetstappen. Ik haal haar bewegingen in, als op automatische piloot, en open de glazen deur die naar de straat leidt. Ze glimlacht me toe, “Bedankt”, en neemt weer de leiding.
Vol verlangen kijk ik naar de sigaret die ze tussen haar sensuele lippen drukt. In een opwelling grijp ik vliegensvlug naar die stinkstok. Met één enkele beweging versplinter ik het tabakshulsel en breng mijn lippen tot bij de hare. Ik schrik van mijn eigen reactie. Ik, meester van de verleiding, ben alle zelfbehoud kwijt. Ze zal vast heel hard schrikken en naar binnen rennen. Misschien zal ze wel roepen dat ik een monster ben. En dat ben ik ook. Elke vrouw is tot nu toe niet meer dan een lustobject geweest, een leuk tijdverdrijf. Mijn favoriete hobby is niet de schilderkunst, maar de kunst van het verleiden.
Tot mijn grote verbazing beantwoordt ze mijn inhalige kus. Zachtjes drukt ze haar zwoele lippen tegen de mijne en terwijl ze haar mond lichtjes opent, streelt haar adem mijn keel. De hele wereld lijkt te vervagen in een brei van kleuren en ver geroezemoes. Mijn knieën knikken en ik hap naar lucht. Zonder enige aarzeling laat ze haar hand over mijn rug glijden, trekt behendig de onderkant van mijn hemd uit mijn broek en vleit haar vederzachte vingertoppen over mijn huid.
“Je hebt het koud.” Merkt ze op.
“Uhu.” Antwoord ik, te zwaar onder de indruk om ook maar een redelijk antwoord te bedenken.
“Zullen we een warmere, meer discrete plek opzoeken? Mijn hotel is hier niet ver vandaan.”
Weer overtreft ze me in mijn eigen spel. Ook dit had mijn zinnetje moeten zijn. Wat gebeurt er toch met me? Ik twijfel. Ik twijfel ontzettend hard. Ook al weet ik op voorhand wat het antwoord zal zijn. Ik zou geen nee tegen haar kunnen zeggen. Nooit. Maar zij mag niet denken dat ik een jager ben. Niet zij, zij is als een engel.
“Weet je dat zeker?” Ik hoop dat ze ons moment zelf zal afbreken. Als de keuze bij haar ligt, dan zal ik me niet zo verscheurd voelen.
“Natuurlijk, anders had ik het toch niet voorgesteld?” Ze neemt mijn hand stevig in de hare en trekt me verder het voetpad op.
Het is een rustige nacht. Eens we weg zijn bij de kunstgalerie, hoor je enkel nog het geruis van verkeer enkele straten verderop. De nacht is helder. De sterren fonkelen hoog boven ons en vergezellen het streepje maan dat zichtbaar is. Maar ik wil me enkel nog op haar focussen. Ik zou haar volgen naar de verste uithoek van de wereld. Ook al betekent het dat ik mijn hele leven zou moeten omgooien.
Het duurt niet lang voor we aan de ingang staan van een prestigieus hotel, genaamd l’Etoile. Ik heb er wel vaker een kamer genomen. Tegenwoordig heb ik een industriële loft aan de rand van de stad waar ik gerust mijn hobby’s kan beoefenen. De portier, smetteloos in traditioneel zwart-rood kostuum, opent groetend de deuren. We stappen binnen in de luxueuze foyer, voorzien van koningsblauwe fluwelen zetels aan beide zijden. Boven ons hangen grandioze kristallen lusters. Tegenover ons staat een immense balie, volledig uit marmer gesneden. Bijna huppelend stapt ze naar de receptionist, een jonge man met selectieve baardgroei, en vraagt de sleutel voor kamer 420. Bij elke beweging golven haar donkere haren, waardoor het lijkt alsof ze zweeft door de gewichtsloze ruimte.
Ik volg haar links van de receptie naar een majestueuze wenteltrap en laat me meeslepen in haar feeërieke verschijning. Een jonge blonde vrouw kruist ons pad. Ze ziet er best sexy uit, maar ze heeft niet de finesse van de dame die ik nu al even volg. Ik besef dat ik niet eens naar haar naam gevraagd heb.
“Hoe mag ik je noemen?” Vraag ik zonder al te veel ommezwaai.
Ze legt de slanke wijsvinger van haar linkerhand zachtjes over haar lippen. “Ssst. Vanavond zijn we iedereen en niemand. Is dat dan niet genoeg?”
Ik slik. Alles wat ze doet en zegt, brengt me van mijn stuk.
Met diezelfde mysterieuze glimlach waar ze me mee heeft gelokt, opent ze de deur van haar hotelkamer en wijst me de weg naar binnen. Het met satijnen lakens bedekte kingsize bed lonkt in de verte, maar ze brengt me naar de luxueus ingerichte woonkamer en schenkt me een glas champagne in. De bubbels spelen langzaam met het gedempte licht en ik verlies mezelf in het moment. Zelden voel ik me zo ontspannen en zo kunstzinnig.
“Mag ik je tekenen?” Vraag ik verlangend.
De vrouw lacht me toe: “Ik zou het niet anders willen.”
Alsof ze er op voorbereid is, trekt ze de schuif open van een lage commode en haalt er tekenpapier en potloden uit. Dansend op het geneurie van haar stem, legt ze de benodigdheden naast mij in de zetel en draait een halve cirkel rond de glazen salontafel. Met sierlijke beweging, als die van een professionele ballerina, zwaait ze haar handen naar haar rug en zipt in één beweging de rits van haar rode jurk open. De stof valt met een doffe plof op de grond. Ze is volledig naakt. Ik hap naar adem. Ze legt zich nonchalant in een chaise longue, haar slanke benen over elkaar, en kijkt me verwachtingsvol aan. Met de lippen stijf op elkaar forceer ik een glimlach, leg het papier op mijn schoot en schets snel maar gedetailleerd haar volmaakte rondingen. Terwijl ik teken, nemen mijn ogen de tijd om elk detail in me op te nemen. In gedachten glijd ik over haar zachte huid, de welvingen van haar sleutelbeen, haar perfecte borsten, strakke buik en onberispelijk getrimde schaamstreek.
Met een ondeugende blik volgt ze de beweging van mijn ogen. Normaal zou dit een teken voor me zijn om recht te staan, haar naar me toe te trekken, te kussen, te strelen, tot ze zich volledig aan me overlaat. Maar ik doe niks van dat alles. Ik blijf zitten, hou mijn jongeheer met veel moeite in bedwang, en ik teken haar. Wat overkomt me toch?
“Dit wordt saai!” Haar reactie komt uit het niks, en ik schrik uit mijn gedachten. Ze gooit haar benen in de lucht vooraleer ze haar voeten op de grond laat landen, en springt recht. Na een paar passen staat ze recht voor mij. Al mijn spieren staan gespannen. In mijn broek voel ik mijn jongeheer groeien. Ze trekt de tekening uit mijn handen, glimlacht kort terwijl ze er naar kijkt en gooide het vervolgens op tafel. Haar elegante vingers binden zich rond de mijne en ze trekt me naar zich toe.
Ik staar recht naar twee perfecte roze knopjes. Ze strekken zich naar me uit, alsof ze zelf kennis willen maken. Ik kies er eentje uit en laat voorzichtig mijn lippen erover glijden. De smaak van zoethout streelt mijn tong. Zachtjes trekt ze haar tepel weg van mijn mond, en ik snak naar adem, hunkerend naar meer. Ik kijk haar aan terwijl ze zich naar de salontafel bukt en een slok van haar glas neemt. Haar billen heuvelen uitnodigend en ik moet er mezelf aan herinneren dat, hoewel een jager, ik ook een gentleman ben. Hoe graag had ik haar nu naar me toe getrokken om mezelf in haar vochtige ravijn te storten. Maar ik beheers me. Want als ik mijn zelfbeheersing verlies, dan ben ik haar ook kwijt. En ik weet het zeker. Deze vrouw is de vrouw van mijn leven, mijn dood, en alles er tussenin.
Ze draait zich weer naar me om en wenkt met haar wijsvinger dichterbij te komen. Ik gehoorzaam, ga rechtstaan en kijk recht in haar felgroene ogen.
“Wie ben jij?” Fluister ik, amper hoorbaar.
Ze giechelt en drukt vervolgens haar lippen tegen de mijne. Eerst teder, maar dan met steeds meer passie, beantwoord ik haar kus. Haar tong gaat verkennend langs mijn tanden. Ze drukt haar lichaam tegen me aan en streelt me door mijn haar, langs mijn oor en nek, over mijn rug, en eindigt bij mijn bil, die ze stevig vastgrijpt. Zonder enige moeite hef ik haar op en draag haar naar het bed. Daar leg ik haar voorzichtig neer, de donkere haren uitgespreid over de lakens als de kroon van een duistere koningin. Zonder ook maar één keer haar blik te verliezen, schrijd ik over haar heen. Mijn lippen strelen haar. Haar fijne sierlijke voeten, zachtjes haar fluweelzachte benen omhoog, nog even net haar vulva vermijdend, hijs ik mezelf over haar heen. Mijn mond proeft haar buik, blijft even hangen bij haar tepel, om vervolgens langs haar nek haar warme lippen te vinden. Ze hijgt zachtjes en drukt zich tegen me aan. Ik trek me weg, keer terug langs dezelfde weg. Haar sappen vloeien rijkelijk. Ze smaakt…Ik kan het niet beschrijven. Hemels misschien. Ik heb nog nooit iets lekkerder geproefd. Ik zou er voor eeuwig willen verblijven.
Haar hele lichaam kromt zich naar me toe, en ze kreunt: “Neem me dan!”
Ik grom, “Nog niet.” Vuur lijkt door mijn aders te stromen. Ik wil dit moment zo lang mogelijk koesteren.
“Toe?” Smeekt ze.
Ik grom, luider deze keer. Ik wil hier lang van genieten. Hijgend zet ik mijn handen tegen het bed en duw me in één beweging recht. Elke vezel in mijn lijf wil terugkeren naar dit net ontdekte paradijs. Met al mijn wilskracht draai ik mijn blik van haar weg. Daar sta ik dan. In het spiegelbeeld dat het grote raam me biedt, zie ik mezelf gereflecteerd aan het voeteinde van het bed. Mijn spieren werpen gespannen de juiste schaduwen over mijn perfecte lijf. Toch heb ik me nog nooit zo klein gevoeld. Wat als ik haar niet kan plezieren? Het draait niet langer om mij, merk ik op.
Nog steeds op het bed, draait ze zich op haar knieën en kruipt als een roofdier op me af. Mijn hart raast. Ik wil mijn blik afwenden, maar ik ben gehypnotiseerd door de golvende bewegingen van haar lichaam. Vlak voor mij heft ze haar naakte lijf tot haar ogen net onder de mijne komen. Ik wil een stap achteruit gaan, maar ze grijpt me vast en zonder aarzelen duwt ze haar hele lichaam tegen me aan en dringt haar tong in mijn mond. Ik kan niet anders dan haar voorbeeld te volgen. Soepel legt ze haar benen om mijn heupen en nodigt me uit bij haar binnen te komen. Ik beantwoord haar vraag door haar stevig bij haar achterwerk, achterkunstwerk moet ik zeggen, vast te grijpen, dicht tegen me aan te duwen en zo dieper bij haar binnen te glijden. Onze heupen versmelten in een ritmisch op-en-neer gaan. Ik glijd met mijn vingertoppen langzaam naar het midden van haar zitvlak, en laat ze bedruipen met het overvloedige liefdessap dat ze, tijdens het pompen van mijn fallus, vrij laat. Nog steeds strelend vind ik de ingang en langzaam penetreer ik het vrijgelaten gaatje. Ze kreunt. We bewegen alsmaar sneller. Kleine zweetpareltjes fonkelen over haar lichaam. Ze ruikt naar kamperfoelie en jasmijn. Ik leg haar op het bed en drijf ons nog verder. Onder ons kraakt het meubelstuk ritmisch mee. We brengen elkaar naar een hogere sfeer, hoger dan ik ooit geweest ben. Mijn lichaam schokt terwijl ze “Ja!” roept, en laat al die energie vervolgens via mijn roede in haar dieptes vloeien.
Onder ons verbrijzelen de poten van het hotelbed. Mijn mysterieuze date slaagt een gilletje terwijl we bovenop het matras naar de vloer zakken. Ze schaterlacht en het klinkt als muziek in mijn oren. Ik rol me op mijn zij om haar meer ruimte te geven. Ze kijkt me aan en nestelt zich tegen mijn borstkas. Al gauw hoor ik het ritmisch geadem van een slapende engel. Ik luister een tijdje, geniet van haar stille aanwezigheid en laat me wiegen door de rustige beweging van haar borst. In haar geruststellende warmte dommel ik weg.
Ik schrik wakker. Mijn engel ligt niet naast mij, noch is ze ergens in de kamer te bespeuren. Ik spring uit het gebroken bed en ga naar de badkamer. Ook daar is ze niet. Met een draai aan de knop zet ik de douche aan. Het water spoelt de avond weg tot het niet meer dan een droom lijkt. Met een kleine witte handdoek rond mijn middel, speur ik de hele kamer af. Al gauw blijkt er iets niet te kloppen. Er zijn geen kleren in de kleerkast, en er staat ook nergens een valies. De commode is leeg, en zelfs het papier en de potloden zijn verdwenen. Enkel de tekening blijft, als een vage herinnering, op tafel liggen.
Ik neem de telefoon op en wacht tot de man aan de andere kant van de lijn “receptie” zegt.
“Een goeiemorgen.”
“Goeiemorgen, meneer Salvator.”
Wablieft? Hoorde ik dat nu juist? Hoe kent de receptionist mijn naam?
“Euh, ja. Ik wil u gewoon wat vragen. Kan u me zeggen waar de vrouw van deze kamer naartoe is? Of op zijn minst hoe ze heet?” Ik kan het maar proberen.
“Vrouw, meneer Salvator? U belt vanuit uw kamer, meneer. Voor zover ik weet had u geen vrouw bij u.”
“Hoe…euh… Ja, oké, dank je wel voor de info.” Ik leg snel af. Wat is er hier aan de hand? En hoe kwam ik aan deze kamer? Wie is die vrouw? Word ik gek? Nee, de champagne glazen staan er nog, één glas met lippenstift. Ik wacht en de minuten lijken uren te duren, en de uren dagen. Maar ze kent mijn spel en komt nooit terug.
(c) Sara Gevers